Ga naar de inhoud
Home » Ik ben gezegend

Ik ben gezegend

Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus.

Efeze 1:3

We keren terug naar Efeze 1. Daarin laat Paulus ons onze identiteit in Christus zien. We leren allereerst dat het een gezegende identiteit is – sterker nog, elk aspect ervan (we zullen ze allemaal verkennen) is een “geestelijke zegen.”

Betekent dit dat ook de omstandigheden van een gelovige gezegend zullen zijn? Op een bumpersticker staat: “Ik ben te gezalfd om ontmoedigd te zijn, te gezegend om gestrest te zijn.” Maar dat klopt niet. We kunnen zware stress en teleurstelling meemaken – toch mogen we ons verheugen dat we gezegend zijn.

Denk aan het bijbelse verhaal van een jonge prins. Zijn vader, Jonatan, was de oudste zoon van een koning. Uiteindelijk zou de troon overgaan naar zijn vader, en dan naar hem. Als kind, opgroeiend in een paleis, genoot hij van de beste zorg in het land: een fulltime kindermeisje. Maar toen hij vijf was, stierven zowel zijn grootvader als zijn vader in de oorlog. Zijn kindermeisje, bang voor zijn leven, tilde hem op en vluchtte, en liet hem per ongeluk vallen, waardoor zijn rug brak en hij voor het leven gehandicapt raakte. Zijn naam verandert van Meribaäl in Mefiboset, wat betekent “hij die schande draagt.” Verborgen in een kleine stad was zijn bestaan bijna vergeten.

Deze gebroken jongen staat symbool voor ons allen die door omstandigheden verlamd zijn geraakt – misschien afgewezen door een geliefde, verstoten uit een familie, ontslagen uit een baan, verlaten door een partner, slachtoffer van een misdrijf, of beroofd van ons spaargeld. Deze gebeurtenissen vullen ons vaak met een gevoel van schaamte, onrecht of vervreemding. Ze kunnen ook ons gevoel van eigenwaarde of identiteit beschadigen.

Spring vijftien jaar vooruit in het verhaal van Mefiboset. In 2 Samuel 9 herinnert de nieuwe koning David zich dat hij zijn vader Jonatan ooit gezworen heeft alles te zullen doen om hem en zijn familie te zegenen. David informeert of er nog iemand is aan wie hij “weldadigheid kan bewijzen omwille van Jonathan” (v1). Wanneer hij over de jongeman hoort, laat hij hem halen en zegt: “Wees niet bang, want ik zal je zeker goedheid bewijzen omwille van je vader Jonathan. Ik zal je alle akkers van je vader Saul teruggeven, en je zult voortdurend aan mijn tafel eten.” (v7)

Wow! Al die tijd is Mefiboset gezegend geweest, ook al voelde hij zich vervloekt – gezegend door een belofte van genade, alleen omdat hij “in Jonatan” is. Dit is een beeld voor ons, die “in Christus” zijn. Het maakt niet uit welke ontberingen ons zijn overkomen; wat mensen over ons gedacht hebben; of wat wijzelf over onszelf hebben geconcludeerd. Wat telt, is wat God over ons denkt.

Onze eerste ouders trapten in de leugen – in plaats van God tegemoet te treden zoals een zonnebloem naar de zon, keerden ze Hem de rug toe en verstopten zich. Maar zonder het licht van zijn aangezicht begint het beeld in ons te vervagen. Maar wanhoop niet.

Zoals David deed voor de jonge prins, zo doet God voor ons zodra we ons vertrouwen “in Christus” plaatsen. Ten eerste geeft Hij je “de rijkdom van Zijn genade, door de weldadigheid over ons in Christus Jezus” (Efeze 2:7). Het leven en de samenleving zijn niet altijd goed voor ons, maar we mogen ons verheugen in Gods vrijgevigheid naar ons. Wij zijn de kinderen van de Koning.

Ten tweede ben je voor altijd welkom aan zijn tafel. Er is een plek voor ons aan de koninklijke tafel. Wanneer omstandigheden ons overweldigen, kunnen we God danken: “U maakt voor mij de tafel klaar voor de ogen van mijn tegenstanders … mijn beker stroomt over” (Psalm 23:5).

Ten derde heb je een erfenis. Geen letterlijke, maar een geestelijke “bezitting.” In een toespraak tot de oudsten van Efeze spreekt Paulus over “het woord van [Zijn] genade, aan Hem Die bij machte is om u op te bouwen en u een erfdeel te geven” (Handelingen 20:32). Ieder van ons heeft een cruciale rol te spelen in het volk en in de missie van God!

Hoe reageert Mefiboset op de uitnodiging van David? Hij zegt: “Wat is uw dienaar dat u aandacht schenkt aan een dode hond als ik ben?” (v8) Laten we zijn voorbeeld van ongeloof niet volgen! Gods woord van genade weegt zwaarder dan de woorden die worden gesproken door omstandigheden, door anderen en door onszelf. Echt, we zijn “gezegend … met elke … zegen in Christus.”