Ga naar de inhoud
Home » Ik ben een beelddrager – deel 3

Ik ben een beelddrager – deel 3

En zij hoorden de stem van de HEERE God, Die in de hof wandelde, bij de wind in de namiddag. Toen verborgen Adam en zijn vrouw zich voor het aangezicht van de HEERE God te midden van de bomen in de hof. En de HEERE God riep Adam en zei tegen hem: Waar bent u?

Genesis 3:8-9

In Max Lucado’s kinderboek Niemand is zoals Jij is Wout een houten mensje in een dorp van houten mensjes, die sterren plakken op de succesvollen en stippen op de worstelaars. Arme Wout heeft zoveel stippen dat mensen hem zomaar nog meer geven. Maar dan ontmoet hij Eli, de Houtsnijder, zijn maker, die hem bevestigt en hem zegt de mening van anderen te negeren. “Ik heb je gemaakt,” legt hij uit. “Ik maak geen fouten. En ik wil dat je tijd bij mij doorbrengt.” Terwijl Wout deze woorden hoort, beginnen de stippen van hem af te vallen. Hoe meer tijd hij bij Eli doorbrengt, hoe meer stippen van hem afglijden.

De moraal van het verhaal? We vinden onze ware ik alleen wanneer we onze Maker vinden. We kunnen niet weten wie we zijn, tot we weten van Wie we zijn. Tot nu toe hebben we geleerd dat naar Gods beeld zijn koninklijkheid, waardigheid, verantwoordelijkheid en gemeenschap betekent. Het betekent nog drie dingen meer.

Naar Gods beeld zijn betekent nederigheid.
In onze wereld wordt ons geleerd dat wij de kapitein van ons eigen leven zijn. New Age-spiritualiteit gaat nog verder – “je bent God.” Maar wacht! Dat kan niet kloppen … een beeld is niet hetzelfde als de bron die het weerspiegelt. Neem de volle maan. Ze is prachtig, maar weerkaatst enkel het licht van de zon.

Wij zijn schepselen, geen goden, afhankelijk van God voor ons bestaan. Ons leven, de adem in onze longen, deze dag, alles wat goed is – geestelijk of materieel – is een geschenk van God. “En wat hebt u dat u niet hebt ontvangen? En als u het ook ontvangen hebt, waarom roemt u alsof u het niet ontvangen had?” (1 Korinthe 4:7)

Naar Gods beeld zijn betekent verenigbaarheid.
In Genesis 1 zijn alleen mensen gemaakt naar Gods gelijkenis, geschikt voor een relatie van aangezicht tot aangezicht met de Schepper. God mag dan transcendent en oneindig zijn, en wij hebben menselijke grenzen – toch zijn we op de een of andere manier relationeel compatibel met God. Net als Adam, Eva en Wout zijn we gemaakt om onszelf te vinden in onze Maker.

Daarom werkt het niet om onszelf te vinden buiten God, die de ware bron is van onze identiteit, ons doel, onze betekenis en waarde. Het is dan ook geen verrassing dat in Genesis 3 de slang precies dit aanvalt wanneer hij onze eerste ouders verleidt. Bestudeer Genesis 3 en merk op dat satans leugens tot vandaag niet veranderd zijn: “God wil je ogen gesloten houden, en jou tegenhouden om je potentieel te verwezenlijken.” “Onafhankelijkheid van God en persoonlijke autonomie is de weg naar het leven.” “Het volgen van de verlangens van je hart zal je ware zelf laten vinden.” “Je oren sluiten voor God is de sleutel tot een authentiek leven.” “Je eigen god worden zal je ogen openen voor wie je werkelijk bent.”

Onze eerste ouders trapten in de leugen – in plaats van God tegemoet te treden zoals een zonnebloem naar de zon, keerden ze Hem de rug toe en verstopten zich. Maar zonder het licht van zijn aangezicht begint het beeld in ons te vervagen. Maar wanhoop niet.

Naar Gods beeld zijn betekent verlosbaarheid.
Voordat hij gerestaureerd werd, werd de Sixtijnse Kapel al geroemd als een genialiteit. Maar er werd ook algemeen aangenomen dat Michelangelo’s kleurgebruik middelmatig was – te donker en eentonig. Toch, toen die fresco’s naar hun oorspronkelijke staat werden hersteld, kon iedereen de prachtige, lentekleuren zien – bleekroze, appelgroen, levendig geel en hemelsblauw tegen een achtergrond van warm parelgrijs!

Zonder God is het beeld vervaagd, en is onze glorie beschadigd. Maar ze is niet volledig verwoest. Ze is nog steeds te verlossen. Jezus, het volmaakte beeld van God, komt om Zijn gezicht opnieuw op onze levens te prenten.