Ga naar de inhoud
Home » Ik ben een beelddrager – deel 2

Ik ben een beelddrager – deel 2

Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door u daar bevestigd, wat is dan de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet? U hebt hem bijna een god gemaakt, hem gekroond met glans en glorie.

Psalm 8:4-6

Johannes van Kronstadt was een negentiende-eeuwse Russisch-orthodoxe priester, in een tijd waarin alcoholmisbruik welig tierde. Geen van de priesters waagde zich buiten de kerkmuren om de mensen te helpen. Ze wachtten tot de mensen naar hen toe kwamen. Johannes, gedreven door liefde, ging de straat op. Hij tilde de door drank verdoofde, stinkende mensen uit de goot, wiegde hen in zijn armen en zei tegen hen: “Dit is beneden je waardigheid. Je was bestemd om de volheid van God te huisvesten.”

Je hebt misschien wel gehoord van de erfzonde. Maar heb je ook gehoord van je oorspronkelijke glorie? Als mens ben je gekroond met glorie en eer. Je bent een levende afspiegeling van een Levende God. Eerder lazen we dat naar Gods beeld zijn betekent dat je koninklijk bent. Wat nog meer?

Naar Gods beeld zijn betekent waardigheid.
Er wordt tegenwoordig veel gesproken over de intrinsieke waarde van elk leven en over mensenrechten. Daarom leren we onze kinderen zich niet als beesten te gedragen, en zijn we geschokt wanneer mensen als dieren worden behandeld.

Maar waar komt het idee vandaan dat we een aangeboren waarde hebben? Antwoord: het komt door de verspreiding en invloed van de leer van de Bijbel over de mensheid. Het eerste hoofdstuk van het Goede Boek bracht christenen ertoe verlaten baby’s te redden en te adopteren (al in de eerste eeuw), en, later, te strijden voor het einde van de slavernij. Ze kwamen tot het inzicht dat het leven, hulpeloos huilend in een veld of vastgeketend aan een paal, een levend icoon was. Na verloop van tijd zijn de meeste mensen het ermee eens: alle mensen, ongeacht hoe beschaafd, valide, aantrekkelijk, hebben dezelfde ingebouwde waarde.

Naar Gods beeld zijn betekent verantwoordelijkheid.
In het atheïstische wereldbeeld hebben mensen geen inherent doel. Hun enige doel of verantwoordelijkheid is dat welke ze zichzelf toeëigenen. Maar nee! God zei tegen de eerste mensen dat ze moesten heersen, om de aarde tot volle bloei te brengen. Wij denken bij “heersen” tegenwoordig al snel aan tirannieke uitbuiting, maar in de Bijbel is er geen verschil tussen koningschap en rentmeesterschap.

Zorg daarom voor de schepping – planten, dieren en natuurlijke hulpbronnen. Breng haar potentieel naar boven. En toon zorg voor de zwaksten onder de mensen. Overwin de systematische uitbuiting of extreme armoede die beneden hun door God gegeven waardigheid is.

Naar Gods beeld zijn betekent gemeenschap.
De westerse samenleving bevordert vooral hyperindividualisme, waarin het belangrijkste is om trouw te zijn aan jezelf. Maar nee! Genesis 1:27 zegt: “God schiep de mens naar Zijn beeld … mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen.” God is Vader, Zoon en Heilige Geest, dus wanneer Hij naar zijn beeld schept, bouwt Hij ons voor relatie. Alléén kunnen we niet floreren.

Ook maakte Hij hen “mannelijk en vrouwelijk.” Op de savannes van Afrika brullen leeuwen en leeuwinnen samen om de kracht van de troep te tonen. Gezonde gemeenschappen hebben mannen en vrouwen nodig die samenwerken om Gods heerschappij te brengen en Gods beeld te weerspiegelen.